Ondersteun ook het onderhoud van deze mooie kerk!
Ondersteun ook het onderhoud van deze mooie kerk!

Het kerkgebouw

Historie
Na het overlijden van de Goudse parochiaan Jan Nicolaas de Vos is een boekje uitgegeven. Het boekje geeft verder inzicht in de geschiedenis van de Oud-katholieke kerk te Gouda. Op de website zijn diverse gedeelten uit dit werk gepubliceerd w.o een beschrijving van de kerkschatten en paramenten, een rondleiding en geschiedschrijving. Het gebouw aan de Hoge Gouwe (geschiedenis, aankoop en totstandkoming) Het gebouw dateert waarschijnlijk uit de 14e eeuw (bekend is dat er op deze plaats op 5 december 1346 een huis stond (Bron: dr. C.J. Matthijs, gemeentearchief) Volgens de overlevering is het een danszaal geweest.

Reformatie in Gouda
Geno Simonsz. (1535-1565) (zie foto hiernaast)
Omstreeks 1565 had de reformatie in Gouda nog niet zo’n ingang gevonden als in andere steden en de pastoor van de St. Janskerk Geno Simonsz, die in dat jaar op 13 augustus op 30-jarige leeftijd werd weggerukt – een jaar voor de beeldenstorm – door de pest zijn werk nog onbezorgd kunnen verrichten. Na te zijn opgevolgd door Judocus Bourgois drong onder Cornelis van Schoonhoven op 21 juni 1572 van Swieten in naam van de Prins van Oranje de stad binnen. Pastoor van Schoonhoven verliet op 8 februari 1573 te stad Gouda en de St. Janskerk werd door de Calvinisten in gebruik genomen.

Jan Cornelisz. Pieck (1541-1616) en J.J. Basson (1546-1618) 
Pieck werd in 1568 priester gewijd. afkomstig van het Goudse klooster van de Collatie Broeders (dat stond op de plaats waar nu het plantsoentje aan de Jeruzalemstraat ligt) werd belast met de diensten in de H.Geestkapel van de St. Janskerk Met een aantal geloofsgenoten trachtte hij en kerkelijk verband te houden. In zijn eigen woonhuis (gelegen tussen de huidige Hoge Gouwe, Westhaven en Peperstraat) hield hij godsdienstoefeningen. Door het stadsbestuur werd hij relatief met rust gelaten al werd de rust gekocht voor 400 gulden per jaar. In het jaar dat Jan Cornelisz. Pieck zijn ambt neerlegde (1612) bestond zijn gemeente uit zo’n 500 leden. Pastoor Pieck stierf in 1616 en werd opgevolgd door zijn kapelaan J.J.Basson (portret).
Basson stierf op 17 januari 1618, 72 jaar oud. Na de dood van Basson bleef de gemeente in zijn huis (dat lag “ten noorden van het koor der St.Janskerk op de hoek van het Kerkhof”, bron: Walvis I., opgenomen in Gemeentearchief van de stad Gouda.

Petrus Purmerent (1587-1663). Het gebouw aan de Hoge Gouwe.
In 1630 kwam er een einde aan het zwerven van de Katholieke kerk in Gouda. In dat jaar werd het complex aan de Hoge Gouwe (op de “West-Gouwe bij de Joostenbrug”) aangekocht door de broer van Petrus Purmerent, pastoor te Gouda van 1616-1663. Deze mr Dirck van Purmerent was advocaat bij het Hof van Holland, het hoogste rechtsorgaan in de staat Holland. Aan katholieke geestelijken was het recht ontzegd zich te vestigen. Door middel van deze juridische constructie kon het kerkgebouw in gebruik genomen worden voor de katholieke eredienst. De uitoefening van de H.Eucharistie was bij wet verboden, maar het Goudse stadsbestuur gedoogde dit tegen een vergoeding van het aanzienlijke bedrag van 1.200 gulden, die elk jaar door de Goudse katholieken moest worden opgebracht. Het gebouw had een ideale ligging voor het gekozen doel; uit vier verschillende richtingen was ontsnappen mogelijk. dat die gelegenheden zich voordeden bleek o.a. uit een inval door de baljuw in 1643 om de dienst “te storen”. Hebzucht (van het stadsbestuur) won het van principe en zo werd de week daarna de mis gewoon weer opgedragen (…). Op 13 februari 1663 overleed Pastoor Purmerent.

Ignatius Walvis (geb. 1654, pastoor van 1689- 6 mei 1714), geschiedschrijver van de Stad
Deze pastoor is vooral bekend geworden als geschiedschrijver van de stad Gouda. Ignatius Walvis kwam op 35-jarige leeftijd naar Gouda en kon niet wennen aan de Goudse lucht. Hij was bedlegerig en men wilde hem overplaatsen naar Delft. Dit stuitte echter op protesten van de gemeenteleden en vanaf die tijd verbeterde zijn gezondheid. hij had veel tegenstanders waaronder Minderbroeders en Jezuieten die tegen hem preekten. Walvis werd opgevolgd soor Theodorus van der Croon (portret) de latere aartsbisschop van Utrecht (+1733-1739), die in Gouda bleef wonen. http://nl.wikipedia.org/wiki/Ignatius_Walvis
Bron: De Vos, J.N., Geschiedenis van de Oud-Katholieke Kerk te Gouda, Gouda

Jan Franse Verzijl (1602 – Gouda, 24 september 1647) Nederlands schilder.
Jan Franse Verzijl, zoon van Frans Leendertsz Verzijl en Grietje Jansdr, was een leerling van de Goudse schilder Wouter Crabeth. Evenals zijn leermeester bezocht hij Italië en kan hij tot de Caravagisten gerekend worden. Uit het testament van zijn moeder blijkt dat hij rond 1625 in Rome verbleef.[1] De rooms-katholieke schilder Verzijl vervaardigde waarschijnlijk een deel van zijn schilderijen in opdracht van pastoor Willem de Swaen voor de toenmalige statie “de Tol” in Gouda.[2] Een deel van het werk van Verzijl bevindt zich in het Catharinagasthuis te Gouda. [Wikipedia Verzijl. Aan het Catharinagasthuis zijn diverse liturgische voorwerpen in bruikleen gegeven.

Bezit Oud-Katholieke Kerk Gouda

(Wikipedia) Wouter Pietersz Crabeth II (geb. Gouda, 1594 – overl. Gouda, 18 juni1644) was een Nederlands schilder.

Wouter Pietersz Crabeth werd in 1594 geboren als zoon van de schepen en burgemeester Pieter Woutersz Crabeth; hij was een kleinzoon van de bekende glazenier Wouter Crabeth I, naar wie hij ook was vernoemd. Crabeth kreeg zijn schildersopleiding van Cornelis Ketel (oom van de bekendere Cornelis Ketel de Jonge).Crabeth vertrok rond 1613 via Frankrijk naar Italië en werd in Rome lid van de zogenaamde “De Roomsche Schildersbent” de ‘Bentvueghels’, met schilders als Cornelis van Poelenburgh,Bartholomeus Breenbergh en Wybrand de Geest. Zijn alias in deze bent was “de Almanack”.In sommige van zijn werken is de invloed van Caravaggio duidelijk te herkennen, bijv. in de “Ongelovige Thomas”.In 1626 keerde hij weer terug naar Gouda en werd daar tot schutter beëdigd. In 1628 trouwde hij aldaar met de burgemeestersdochter Adriana Vroesen. In ditzelfde jaar werd hij – tijdens het burgemeesterschap van zijn vader – benoemd tot kapitein van de schutterij, een functie die hij tot zijn dood in 1644 zou blijven bekleden. In die functie maakte hij ook het beleg van ‘s-Hertogenbosch in 1629 mee.
Diverse schilderijen van Crabeth zijn gemaakt in opdracht van pastoor Petrus Purmerent van de statie St. Jan Baptist te Gouda (later de Oudkatholieke Kerk).Het schilderij de Ten-Hemelopneming van Maria werd door Crabeth als altaarstuk vervaardigd in 1628 in opdracht van pastoor Petrus Purmerent voor diens schuilkerk. Later is het in vergetelheid geraakt en in 1970 teruggevonden – op de zolder van de pastorie – door de toenmalige directeur van het Catharina Gasthuis te Gouda, dr. Jan Schouten. Nu het is het weer tentoongesteld in dit Goudse Museum (Uit: “Kunst, twist en devotie”, zie:bronvermelding).

Leerlingen van Wouter Crabeth waren onder meer Jan Ariens Duif, Jan Govertsz Verbijl, Jan Franse Verzijl en Aert van Waes.